De Boodschapper van Allah ﷺ is van top tot teen wonder.
بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَٰنِ الرَّحِيمِ
يَا أَيُّهَا النَّاسُ قَدْ جَاءَكُمْ بُرْهَانٌ مِنْ رَبِّكُمْ وَأَنْزَلْنَا إِلَيْكُمْ نُورًا مُبِينًا
Surah an-Nisaa 174
Sinds het begin van de mensheid heeft Allah tabaraka wa taála voor de begeleiding en wegwijs van de mens ongeveer 124.000 Boodschappers en Profeten عَلٰى نَبِيِّنا وَ عَلَيْهِمُ الصَّلٰوةُ وَ الْسَّلام gestuurd. Om hun Profeetschap te bewijzen heeft elke Profeet één of meer bewijzen meegekregen. Deze bewijzen worden wonderen genoemd. Allah tabaraka wa taála vermeldt in de Qurán:
(Surah Aale Imraan 184) جَاءُوا بِالْبَيِّنَاتِ وَالزُّبُرِ وَالْكِتَابِ الْمُنِيرِ
Ze kwamen met duidelijke tekens (wonderen) en geschriften en het stralende boek.
Er zijn
meerdere soortgelijke verzen in de heilige Qurán waarin Allah tabaraka wa taála
vermeldt dat de Boodschappers en Profeten, die vóór de geliefde Profeet
Mohammad ﷺ kwamen, met duidelijke
tekens oftewel wonderen kwamen. De reden daarvoor is dat de wonderen die de
vorige Profeten meekregen, vrijwel altijd apart van hun eigen persoonlijkheid
waren en beperkt waren in aantallen.
De Profeet die de meeste wonderen heeft meegekregen was hazrat Moesa alaihis
salaam. Hij had 9 wonderen meegekregen.
Echter, over
zijn geliefde Profeet Mohammad zegt Allah tabaraka wa taála niet dat hij met
wonderen is gekomen, maar dat de Wonder zelf is gekomen, قَدْ
جَاءَكُمْ
بُرْهَانٌ
het Bewijs zelf is gekomen.
De Boodschapper van Allah heeft dus geen behoefte aan bewijzen en wonderen,
want hij is van top tot teen zelf een wonder, hij is zelf het bewijs, elk
lichaamsdeel van de Boodschapper is een wonder, sterker nog; elk haar van het
gezegende lichaam van de Profeet is een wonder.
Laten we kijken naar de gezegende ogen van de Boodschapper van Allah ﷺ. De Boodschapper van Allah zegt zelf: “Ik zie wat jullie niet kunnen zien (إِنِّي أَرَى مَا لَا تَرَوْنَ ).”
De gezegende ogen van de geliefde Profeet van Allah waren niet zoals de ogen van elk ander mens. De ogen van de Profeet ﷺ konden zien wat geen enkel ander oog kon zien. Het is een voorwaarde van het normale oog dat het voorwerp dat gezien moet worden zich voor het oog moet bevinden. Maar de gezegende ogen van de Profeet ﷺ konden ook zien wat achter hem was. Zo zei de Boodschapper van Allah een keer:
“أقيموا
الرُّكوعَ
والسُّجودَ،
فواللهِ إنِّي
لَأراكُم مِن
بَعدي إذا
رَكَعتُم
وسَجَدتُم”
“Doe je roekoe en soedjoed goed, bij Allah, ik kan jullie ook achter mijn rug
zien.” (Al-Boekharie).
En in een andere hadith ook overgeleverd door Imam Boekharie, zegt de Profeet ﷺ:
“فَوَاللَّهِ
مَا يَخْفَى
عَلَيَّ
خُشُوعُكُمْ
وَلَا
رُكُوعُكُمْ،
إِنِّي
لَأَرَاكُمْ
مِنْ وَرَاءِ
ظَهْرِي”
“Bij Allah jullie roekoes en khoeshoè (oprechtheid) zijn niet verborgen voor
mij.”
Allahoe Akbar, Khoeshoè is een staat van het hart, het is niet iets wat met het (normale) oog gezien kan worden, maar de Boodschapper van Allah zegt, dat hij ook kan zien wat er zich in onze harten afspeelt.
Oemmoel moéminien hazrat Aaïsha Siddiqah رضي الله عنها zegt: “De Boodschapper van Allah kon in het donker net zo goed zien als in het licht.”
De gezegende oren van de Boodschapper van Allah: In dezelfde hadith waarin de Boodschapper van Allah zegt dat hij kan zien wat wij niet kunnen zien, zegt de Profeet van Allah:
” إنِّي
أرَى ما لا
ترَونَ
وأسمعُ ما لا
تسمَعون ،
أطَّتِ
السماءُ”
“En ik hoor wat jullie niet
kunnen horen, zelfs de geluiden die de hemel maakt.”
En als de Boodschapper van Allah ﷺ de geluiden van de hemel kan horen; de geluiden die ontstaan door de sadjdah’s van de engelen - want er is geen ruimte in de hemel gelijk aan vier vingers, waar geen engel sadjdah aan het doen is - dan is het logisch dat de Boodschapper van Allah ﷺ geluiden van honderden kilometers ver kan horen. Zoals in de overlevering van Oemmoel moèminien hazrat Maimoenah رضي الله عنها, ze zei dat de Boodschapper van Allah op een nacht tijdens het tahajjoed gebed in haar kamer drie keer hardop “Labbaik” (ik ben er) zei en vervolgens drie keer “Noesierta”(jullie zullen geholpen worden). Hazrat Maimoenah vroeg: “O Boodschapper van Allah, met wie bent u aan het praten, er is toch niemand behalve wij tweeën in de kamer?” De Boodschapper van Allah zei: “De ongelovigen van Mekka hebben een aanval gedaan op ons bondgenoot Banoe Kaab en zij roepen om ons hulp, waarop ik heb geantwoord en heb beloofd hen te helpen.” Drie dagen later na het gebed van Fadjr kwam inderdaad de afgezant van het volk Banoe Kaab met zijn verzoek om hulp.
Imam Djazoeli رحمة الله عليه heeft in zijn beroemde boek Dalail-oel-Khairaat een hadith opgenomen, waarin de Boodschapper van Allah ﷺ zegt: “Ik hoor de daroed die op mij wordt gelezen door degene die van mij houden zelf terwijl het van de rest naar mij wordt bezorgd.”
Door o Nazdiek ke Soenne wale Woh Kaan
Kaan Laàle Karamat pe Laakhon Salaam
Zo is ook de gezegende tong van de Geliefde Profeet een wonder. Allah tabaraka wa taála zegt, de Profeet zegt nooit iets volgens zijn eigen verlangen, maar alles wat hij zegt is afkomstig van Allah.
وَمَا يَنْطِقُ عَنِ الْهَوَىٰ إِنْ هُوَ إِلَّا وَحْيٌ يُوحَىٰ
(Surah an-Nadjm 3,4)
De Boodschapper van Allah was erg welsprekend (eloquent) en redekunstig in zijn spraak. Het was een tijd waarin de mensen zich het meest bezighielden met spraak en gedichten, maar als de Boodschapper van Allah sprak dan bleef ieder ander stil van verbijstering.
Een keer vroeg
hazrat Oemar Faroeq aan de Boodschapper van Allah: “O Boodschapper van Allah, u
bent nooit buiten Mekka geweest (voor studie) en u heeft ook nooit met de
mensen (dichters en hooggeleerden) gezeten, hoe komt het dan dat u zo eloquent
bent in uw spraak?”
De Boodschapper van Allah zei: “De taal en het woordgebruik van hazrat
Ismaïel, die uitgestorven was, werd naar mij gebracht door Djibriel en ik heb
het onthouden.” (Madaardij-oen-Naboewwah).
De woorden die uit zijn gezegende mond kwamen waren ook wonderen. Een keer kwam de Boodschapper van Allah ﷺ samen met zijn metgezellen bij een waterbron genaamd Baisaan. De metgezellen zeiden: “O Boodschapper van Allah, het water van deze bron is vies en zoutig.” De Boodschapper van Allah ﷺ zei: “Integendeel, de naam van de bron is Naumaan en het water is heel rein (بَلْ هُوَ نُعْمانٌ وَ ھُوَ اَطْیَبٌ)”. De metgezellen vermeldden, dat vanaf het moment dat de Boodschapper van Allah dat zei, het water helemaal schoon en lekker werd.
Een ongelovige zei een keer: “Als u mijn dode dochter levend kunt maken dan zal ik de Islam accepteren.” De Boodschapper van Allah ﷺ ging naar het graf van het meisje en riep haar naam. Het meisje werd levend en zei: “Labbaik wa Sàdaik ( لبيك سعديك )”.
Een brutale ongelovige ging elke keer dat hij bij de Profeet ﷺ kwam, zijn mond vervormen om zo de Profeet na te doen en te beledigen. Op een dag zei de Boodschapper van Allah (کُنْ کذٰلک): “Word zo!” Tot zijn dood bleef zijn mond zo vervormd.
Woh Zubaan Djies Ko Sab Koen Kie Koendjie Kahe
Oeskie Naafiz Hoekoemat Pe Laakhon Salaam
Een andere erg bijzondere wonder van de gezegende tong van de heilige Profeet is de uitnodiging van hazrat Djaabir رضي الله عنه.
Hazrat Djaabir رضي الله عنه kwam een keer bij de Profeetﷺ langs en zag aan het gezegende gezicht van de Profeet dat de Profeet ﷺ honger had. Hij keerde terug naar huis en vroeg aan zijn vrouw رضي الله عنها of er iets te eten was in huis. Zijn vrouw antwoordde dat er geen gekookt eten was, maar dat ze wel een beetje graan en een kleine geit hadden. Hazrat Djaabir slachtte de geit en kookte het en maalde het graan en maakte daar een paar roti’s van. Vervolgens bracht hij de gekookte geit en de roti’s naar de Profeetﷺ . Hazrat Djaabir zegt: “Toen de Profeet het eten zag, zei hij roep alle metgezellen.” Toen de Sahaba’s er waren zei de Profeet: “Stuur ze in kleine groepen naar binnen.” De Sahaba’s kwamen in groepjes naar binnen en aten van het eten. De Profeet had er bij gezegd dat niemand de botten mocht breken. Hazrat Djaabir verteld: Elke keer als een groep gegeten had, keek ik in de pot en ik zag dat er nog net zoveel eten over was als wat ik gebracht had. Toen iedereen gegeten had zei de Profeet ﷺ: verzamel alle botten bij elkaar. De Profeetﷺ legde zijn hand op de botten en las iets. Ik zag met mijn ogen hoe er vlees op de botten kwam en de geit weer levend werd. De Profeet zei tegen mij: “O Djaabir, neem je geit mee terug naar huis.” Hazrat Djaabir zegt: ik kwam met de geit thuis en mijn vrouw vroeg, waar komt deze geit vandaan? Ik zei, dit is onze geit die ik geslacht en gekookt had. De Boodschapper van Allah heeft hem d.m.v. doea aan Allah weer levend gemaakt. Zij zei: “Ik getuig dat hij de Boodschapper van Allah is.” (Khasaïes-oel-Koebra).
De ahaadith m.b.t. het vermeerderen van voedsel door de doea van de Profeet zijn er heel veel. Maar nu we het toch over de gezegende tong en mond van de Profeet ﷺ hebben, laten we ook even naar de gezegende tanden van de Boodschapper van Allah kijken.
Hazrat Aboe Hoerairah zegt: “Als de Boodschapper van Allah glimlachte dan schenen zijn gezegende tanden op de muren.” Soebhanallah! Er zullen ongetwijfeld in de wereld mensen zijn die een prachtig schitterend gebit hebben. Maar zo schitterend dat in een donkere avond door het glimlachen de muren verlicht worden, dat kan alleen het gebit van de Boodschapper van Allah ﷺ zijn.
Djies kie taskien se Rote Hoewe Hans pare
Oes tabassoem kie Aadat pe Laakhon Salaam
Naast de tong en de tanden zit in de mond ook speeksel. Ons speeksel, als het uit de mond komt, wilt niemand het aanraken, laat staan om het in je voedsel te hebben. Maar het gezegende speeksel van de Boodschapper van Allah is meerdere malen als geneesmiddel gebruikt en ook voor het vermeerderen van water of voedsel. De hadith waarin de Boodschapper van Allah ﷺ zijn gezegende speeksel in het zieke oog van hazrat Alie رضي الله عنه zet, waardoor hij meteen geneest, is heel beroemd.
Er werd een emmer water voor de Boodschapper van Allah gebracht. De Boodschapper van Allah nam daaruit een slok water om zijn mond te spoelen en deed het water weer terug in de emmer. Toen het water weer in de put werd gegooid, ontstond er een geur in het water van de put die lekkerder dan muskus was. En ook in de put van hazrat Anas; toen de Boodschapper van Allah zijn gezegende speeksel daarin deed, ontstond er een smaak in het water die lekkerder was dan elke andere put in heel Madinah. (Madaaridj-oen-Naboewwah).
Ook andere vloeibare delen en afscheidingen van het gezegende lichaam van de Boodschapper van Allah werden als geneesmiddelen en geurmiddelen gebruikt, zoals het gezegende zweet en bloed van de Boodschapper van Allah ﷺ. Eén van de bijzondere en unieke eigenschappen van de Boodschapper van Allah ﷺ was zijn lekkere geur, die zonder enige geurmiddelen te gebruiken uit zijn gezegende zweet afkomstig was. Hazrat Anas zegt: “Ik heb elke lekkere geur, of dat nou Musk is of Amber, geroken, maar geen enkele geur is lekkerder dan de geur van de Boodschapper van Allah.”
En Oemme Aasim, de echtgenote van hazrat Oetbah ibn Farqad zegt: “Ik was één van de vier vrouwen van Oetbah en elk van ons probeerde altijd om de lekkerste geur te gebruiken en bij Oetbah te gaan, maar als we bij Oetbah kwamen, werd de geur van onze parfum altijd overmeesterd door de geur van Oetbah, terwijl Oetbah zelf geen geur gebruikte, behalve dat hij een beetje olie op zijn hand zette en daarna in zijn baard wreef. En als hij daarna naar buiten ging, zeiden de mensen dat hij parfum had gebruikt. Een keer heb ik tegen hem gezegd, dat wij vrouwen zoveel geur gebruiken, maar telkens als we bij jou komen, dan overtreft jouw geur de onze. Hazrat Oetbah رضي الله عن zei: “Ik had een keer een soort warmte puistjes gekregen op mijn lichaam waardoor het voelde alsof mijn hele lichaam in brand was. Ik vertelde het aan de Boodschapper van Allah. De Boodschapper van Allah vroeg mij om mijn hemd uit te doen, vervolgens wreef hij met zijn handen zijn gezegende zweet op mijn rug en buik. De ziekte was weg, maar sindsdien is die lekkere geur in mijn lichaam ontstaan.’”
De ahaadith m.b.t. de gezegende zweet van de Profeet zijn er ook veel.
Over het gezegende bloed van de Boodschapper van Allah zijn er meerdere ahaadith dat sommige metgezellen, waaronder hazrat Maalik ibn Sinaan en hazrat Abdoellah ibn Zubair رضي الله عنهم het bloed van de Boodschapper van Allah, die door het koppen (Hadjamah) eruit was gekomen, hebben gedronken. De Boodschapper van Allah heeft hen daarop verteld dat ze daardoor nooit ziek zullen worden en dat het vuur hen ook niet zal kunnen branden. Deze metgezellen zijn inderdaad nooit ziek geworden. Over hazrat Maalik ibn Sinaan (vader van hazrat Aboe Saeed Khudri) رضي الله عنهما had de Boodschapper van Allah gezegd: “Degene die iemand van het Paradijs wilt zien, laat hem naar Maalik Ibn Sinaan kijken.” Hij had het bloed van de Boodschapper van Allah gedronken toen de Boodschapper ﷺ in het gevecht van Oehad gewond raakte. (Madaaridj-oen-Naboewwah).
De grote wonderen van de gezegende vingers van de Boodschapper van Allah ﷺ hebben we allemaal wel eens gehoord of gelezen, zoals het splitten van de maan en het terugkeren van de zon nadat het was ondergegaan. Een andere grote wonder van de gezegende vingers van de geliefde Profeet van Allah ﷺ is de stroming van water uit zijn gezegende vingers, waarvan 1500 metgezellen getuige zijn. In het 6e jaar na hidjrat vertrok de Boodschapper van Allah samen met 1500 metgezellen van Madina-toel-Moenawwarah naar Makka-toel-Moekarramah met de intentie om Oemrah te verrichten. Onderweg werden ze echter door de ongelovigen tegengehouden. De Boodschapper van Allah besloot om op de plaats Hoedaybiyah te stoppen terwijl er onderhandeld werd met de ongelovigen. De put van Hoedaybiyah was niet groot genoeg om de groep van 1500 man en hun dieren van water te voorzien en was dus heel snel leeg. De metgezellen kwamen naar de Boodschapper van Allah, terwijl de Boodschapper van Allah de woedoe aan het verrichten was met water uit een kom, hij vroeg aan de metgezellen: ‘wat is er aan de hand?’ Ze zeiden: ‘We hebben geen water meer om te drinken en woedoe te verrichten, behalve dat wat u voor u heeft.’ De Boodschapper van Allah plaatste zijn gezegende vingers in de kom en er begon water uit zijn vingers te vloeien. 1500 metgezellen hebben eruit gedronken en de woedoe verricht en hun dieren ook water gegeven. Hazrat Djabir ibn Abdoellah zegt: ”We waren met z’n 1500, maar als we met z’n 15000 waren dan zou het ook nog genoeg zijn.”
Zo zien we dat elk lichaamsdeel en zelfs de afscheidingen van de Boodschapper van Allah ﷺ één en al wonderen zijn. Maar niet alleen de lichaamsdelen van de Profeet, maar ook alles wat in aanraking komt met de Boodschapper van Allah, wordt een wonder. Het tafelkleed bijvoorbeeld van hazrat Anas رضي الله عنه, waarmee de Boodschapper van Allah zijn gezegende handen en mond had geveegd, werd keer op keer in het vuur gegooid, maar in plaats van te verbranden, werd het alleen maar schoon.
Of de deken van de Boodschapper van Allah ﷺ die hazrat Aaïsha Siddiqah op haar hoofd had. De Boodschapper van Allah keerde naar huis van een begrafenis van een metgezel. Het was een zonnige dag en er waren geen wolken in de hemel te vinden. Toen hazrat Aaïsha Siddiqah het stralende gezicht van de Boodschapper van Allah zag, stond ze op en liep naar hem toe om hem te verwelkomen. Toen ze dichtbij de Profeet kwam begon ze aan zijn kleding te voelen alsof ze iets zocht. De Boodschapper van Allah ﷺ vroeg: “O Aaïsha, wat zoek je zo haastig in mijn kleding?” Hazrat Aaïsha zei: “O Boodschapper van Allah, Ik voel aan uw kleding om te kijken waarom ze in deze hevige regen niet nat zijn geworden.” De Boodschapper van Allah zei: “O Aaïsha, welke kleding heb jij vandaag aan?” Hazrat Aaïsha antwoordde: “Ik heb vandaag uw deken als hoofddoek gebruikt.” De Boodschapper van Allah zei: “O Aaïsha, omdat jij mijn deken op je hoofd hebt, zie jij nu op dit moment de regen van genade en zegeningen van de onziene wereld (Aalame Ghaib).”
Over de wonderen van het gezegende lichaam van de geliefde Profeet van Allah ﷺ kunnen we heel lang door gaan, ik heb hier maar een paar druppels uit de zee neergelegd, en dan hebben we het nog niet eens over alle lichaamsdelen van de Boodschapper van Allah ﷺ gehad.